Espresso Running

Espresso Running

Door: Paul Vorwerk

Paul Vorwerk, schrijver van het boek Mystical Miles, neemt ons mee op een lange, lange run door de nacht, van zonsondergang tot zonsopgang, langs de baai bij kaapstad, voortgedreven door visioenen van kopjes espresso die aan het eind op hem wachten.

Even na middernacht begon het fris te worden, ik kon het voelen in mijn borst. Een kille wind kwam plots vanuit de baai waarlangs ik al een
tijdje aan het lopen was. Een dunne mist hing rond de straatverlichting.

Dit was een lange, maar easy run, geen wedstrijd. Ik stopte en haalde een windjack uit mijn rugtasje. Niet te veel tijd nemen, fluisterde ik mezelf toe, het keerpunt van de run was nog steeds een paar kilometer verder weg. Daar zou ik wel de tijd nemen om op adem te komen en energie op te doen voor de weg terug.

Nee, het was geen wedstrijd en daarom ook geen kwestie van extreme toewijding, prestatie, of moed. Het was gewoon een lange run, in mijn eentje. Maar wel door de nacht. Het werd trouwens ook weer eens tijd voor een hele lange duurloop. Als je te veel en te vaak enkel rustige korte stukjes loopt dan begint dat op gegeven moment niet meer goed te voelen, ondanks dat het allemaal zo makkelijk is.

Ik begon om 19u26, 72 minuten na zonsondergang. De zon zou dan achttien graden onder de horizon staan, het begin van de nacht. Uitgaande van dezelfde benadering, zou die nacht dan om 05u50 weer eindigen. Een beter moment om de run te beëindigen zou overigens 06u30 zijn, half zeven, het tijdstip dat de coffeeshop zou openen.

Ik kende het personeel dat ‘s ochtend altijd de tent opende goed. Zij zouden me helpen, zelfs als ze nog niet open waren. Espresso, wat anders?

Het centrum van de stad was een chaos van lawaai toen ik begon te lopen. De restaurants en kroegen waren helverlicht, de parkeerplaatsen vol, auto’s vlogen al toeterend voorbij. Door de stoplichten moest ik constant stilstaan en weer opstarten. Zelfs in het meestal rustige deel van de stad, net voorbij de kleine jachthaven, was het vanavond druk. Maar daar voorbij, na de grote haven, begon het pad kronkelend de glooiing van de baai te volgen en kon ik eindelijk ontspannen. Het gravel, het asfalt, de straatstenen, ze gingen langzaam onder mij door. Een paar uur later voelde ik de kou vanuit de zee komen, voelde ik ook dat ik heerlijk aan het hardlopen was.

Het jasje hield de kou buiten en maakte me wat warmer. Ik kon weer ontspannen. All wasgood. Meestal loop ik mijn nacht runs op en rond de Tafelberg, op een smal pad, in de natuur en in stilte, weglopend van de drukke stad. Hoe verder weg de stad en de haven dan zijn, hoe mooier ze worden. De lichtjes van Kaapstad gaan het gevecht aan met het donker, tot het donker uiteindelijk wint. Ik liep daar eens en bedacht me dat die lichtjes beneden leken op kleine planeetjes, samengeklonterde melkwegstelsels in een enorme donkere massa.

Vannacht hou ik het licht dicht bij me en loop een simpel, langzaam glooiend heen-en-weerparcours met lantaarnpalen of ander licht. Weinig gedoe om je zorgen over te maken, een makkelijke manier om een lang stuk af te leggen. Die manier van lopen, free and easy, kilometer na kilometer, is zo makkelijk dat het bijna geen zweet kostte, voelde heerlijk. Het keerpunt was nu niet ver meer, net voorbij dat dorpje voor me. De weg waarop ik liep was leeg, de twee restaurants op het strand waren gesloten, het strand zelf desolaat. Een hardloper in de stilte van de nacht.

Bij het keerpunt, een T-splitsing, ging de weg richting het binnenland. Ik ging op de stoep zitten, stretchte mijn benen en haalde de schil van twee sinaasappels. De baai was dichtbij en de geur van zeewier heel sterk. Dit was een mooi moment: 35 kilometer van huis en helemaal alleen onder de sterren. Ik herinner me een vriendin die eens vertelde hoe zij en een collega na het werk omhoog renden naar Platteklip Gorge en bij een restaurant op de Tafelberg een cappuccino dronken voor ze weer naar beneden gingen. Een fantastisch idee: natuur, hardlopen, en dan ook nog vriendschap en heerlijke gesprekken. Ik zou de cappuccino natuurlijk wel inruilen voor espresso. I am definitely espresso.
Tijd om weer terug naar huis te gaan. Ik ken dat innerlijke signaal maar al te goed en antwoord altijd. Rugtasje om, riempjes vastmaken, wandelen, shuffelen, dan rennen. Beetje water sippen om de energiereep beter weg te krijgen. All good. Sinaasappelschillen en andere overblijfselen van mijn korte stop verdwijnen in een prullenbak. All good, I’m on my way home, still going strong.

Teruglopend door het dorp weet ik wat me straks te wachten staat. De weg zal glooiend omhooggaan. Geen probleem. Ik ben er klaar voor. Een lange weg omhoog en dan, uiteindelijk bovenaan, de beloning. Het weidse uitzicht is magistraal. Duizenden lichtjes zo ver het oog kan reiken links van me, de donkere oceaan voor en rechts van me, met
Robbeneiland in de verte en voor anker liggende schepen tussen ons in. De lichtjes buigen af en worden smaller als de weg achter heuvels verdwijnt richting het centrum van de
stad en de haven. Boven me zie ik, naast elkaar Devil’s Peak, Table Mountain, Lions Head en Signal Hill; daarboven het heelal vol sterren. Het is eigenlijk ongelofelijk mooi.

Naar beneden en dan weer een lange helling omhoog. Een beetje hijgend de lange heuvel op, voel ik dat ik één word met het landschap. De nacht, de baai, de heuvels, de weg, zelfs de machtige bergpieken boven me: ze zitten in mij net zoveel als ik in hen zit. De weg voor me gaat nu op en neer, maar het lopen gaat als vanzelf. Ik weet dat er nog vele kilometers voor me liggen, maar ik ben niet bang. Ik ben trouwens geen geboren ultrarunner. Ik kan de afstanden aan omdat ik weet dat als je onderweg van alles, zelf van inspanning en vermoeidheid, kan genieten, alles makkelijker wordt. En ik heb ervaring, heb dit soort afstanden vaker gelopen.

Op de heenweg eerder deze nacht liep ik hier freewheelend, haast zwevend, een beetje zoals de kitesurfers die je hier overdag op het water kan zien. Nu, de andere kant op, begint het echte werken. Ik haal adem en focus me op de paar meter asfalt voor me. Tien kilometer lang loop ik zo, weinig op of opzij kijkend, gewoon de meters makend.

Bij de hoofdweg ga ik rechtsaf en loop van de weg een zandpad op, weg van de auto’s. Het zijn er niet veel op dit tijdstip, maar toch. Mijn ogen zijn gericht op een benzinestation even verderop. Langzaam loop ik ernaartoe, geen haast. Dit is hardlopen, maar toch ook weer niet. Dit is leven.

Bij het benzinestation vul ik snel mijn bidon en stap het zandpad weer op. Ik wil niet te lang stilstaan. Het tempo gaat iets omlaag, ik adem te snel. Te vaak ga ik juist sneller lopen als ik het moeilijk begin te krijgen, mijn eigen vreemde manier om eerder van de pijn af te zijn.

De kilometers gaan langzaam voorbij. En weer een. En weer een. Voor me ligt de brug over een kustmeertje. Ik zie rietstengels langs de smalle strook water onder de brug, ga eroverheen en doe mijn best mijn ademhaling en hartslag zo rustig mogelijk te houden. Thisisreal running. Ik bewonder de nieuwe en oude brug over het water dat het meertje met de baai verbindt. Hoofd naar beneden, hengel ik de kilometers binnen.

Bij de vuurtoren ga ik van het pad af maar het strand, over het zachte en diepe zand tot aan de branding waar het zand steviger is. Schelpen kraken onder mijn voeten, terwijl ik slingerend het aanstromend water steeds probeer te ontwijken. Ik trek mijn schoenen en sokken uit en splash en spring over de kleine golfjes. Voor even ga ik zitten en laat het water mijn voeten raken. In de verte zie ik schepen in de baai. Maar dan sta ik toch weer op en loop weer verder. Het moeilijkste ligt achter me, voor me ligt happiness. Ik kijk
weer om me heen, zie niet langer alleen maar de meters voor me. Ik zie de lichten van de stad. Goed, mijn benen zijn moe, maar ze zullen niet instorten. Het allerbeste is dat ergens voor me koffie op me staat te wachten.

Ik ga langs de jachthaven en weet dat de coffeeshop nog niet open zal zijn. Goed, dan maak ik een detour langs de Noon-Gun, klauter het pad op naar het hek, ga er overheen, en volg het gravelpad naar de marinebasis. Het is daar steil en meer wandelen dan hardlopen. Bovenaan stop ik en zie het eerste licht van de dag. Dan een slingerpad naar beneden. De jongens van de coffeeshop zijn bezig stoelen buiten op straat te zetten. De run is bijna voorbij.

De eerste espresso is fluweelachtig en uitstekend. De tweede, zittend in de vroege zon aan de andere kant van de weg, de benen gestrekt voor me, is goddelijk. ••

Dit is een verhaal uit Mystical Miles Magazine – editie 5

Mystical Miles #7

 

Dit verhaal van Paul Vorwerk is te lezen in editie 5 van Mystical Miles. Bestel het losse nummer voor nog veel meer mooie verhalen of word abonnee en ontvang het magazine 4x per jaar op je deurmat.