Transylvanische Blues

Transylvanische Blues

Tekst: Sido Martens

In essentie is elke loper op aarde dezelfde. hetzelfde geldt ook voor hardloopwedstrijden. hoewel, als je de uithoeken van het europese continent opzoekt, is het mogelijk zowel mens als wedstijd te zien die toch net even anders zijn dan wat we gewend zijn…

Na de finish van de loop, die traditioneel weer eens veel langer bleek dan de in de folder aangekondigde halve marathon, ging het richting station dat volgens de inheemse bevolking achter gindse heuvel zou liggen. Die informatie klopte. Liever zagen ze dat op voorhand bekend was gemaakt onder welke coördinaten het station in Google Maps te vinden was. Konden ze het zelf opzoeken. Nu moest er met handen en voeten worden gewerkt om achter de juiste locatie te komen. En die voeten hadden al genoeg afgezien. De lokale bevolking blonk niet uit in scherpzinnigheid. Logisch gevolg van dat men hier in een soort enclave leefde. Nog geen reservaat, maar toch wel min of meer een tentenkamp met brede en hoge ligusterhagen als groene muur. Verscholen, dat wel. Het vereiste het nodige speurwerk de starttent te vinden.

Vanuit de overheid was getracht de mensen in het kampement perspectief te bieden door middel van tenminste een jaarlijks gezamenlijk te organiseren hardloopevenement. De gemeenschap zette er de schouders onder, ontmoette elkaar en vond overeenkomsten zodat er draagvlak ontstond, was het idee. Net als begrip. Begrip voor elkaar, voor de buitenwereld en dus ook voor de beleidsmakers en iedereen die normaal gesproken in hun kielzog meereist. Dat laatste bleek op termijn niet haalbaar. Zo leek er een aversie te bestaan jegens jury, wedstrijdleiding en geüniformeerde parkoerswachters. Men had een diep ingebakken afkeer van autoriteit in het algemeen en van welke uitingsvorm dan ook. En dat ondanks de grote hoeveelheden geld die in het project, deze pilot, want zo is dit toch wel te noemen, werden gepompt. Het kampterrein werd geëgaliseerd en enorme shovels schoven een mengsel van turfmolm en mergel over de uitgevreten en al lang onvruchtbare, kale akkers in een poging weer leven in de brouwerij te brengen en zo de zelfvoorzienendheid van de gemeenschap te verbeteren. Met goudgeel graan, vetgemest vee en uitpuilende pakhuizen en schuren als dankbaar resultaat. En van staatswege gratis internet natuurlijk. Op termijn zou dat kunnen betekenen dat men (lees: het heersende gezag) daar de boel de boel kon laten. Zoals ook eerder alle overzeese koloniale activiteiten (een bagatel voor meedogenloos brand28 schatten, roven, moorden en verkrachten) ooit werden verdoezeld, genegeerd en botweg ontkend, terwijl bewijs stapels hoog in archiefkasten verstofte of in musea stond te pronken.

Glibberkeien, granietgruis en diepe afgronden naar spelonken en grotten waarvan niemand het bestaan ooit had vermoed.

Het akkerland en de omringende percelen lagen er dus keurig onderhouden bij. Met nog een late oogst bonen in het verschiet boezemde de naderende winter de bevolking geen angst meer in, honger bleef een gepasseerd station anno nu. Tekorten waren er wel. Inlevingsvermogen bijvoorbeeld, daar mankeerde het nogal eens aan. Empathie en er zijn voor elkaar, nee: de kastanjes van een ander bleven in diens vuur tot ze uit elkaar spatten. Vaak in het gezicht van om het vuur drommende kinderen die, zoals iedereen weet, altijd onschuldig zijn. Tot het tegendeel is bewezen natuurlijk. Maar de kinderen hier langs de kant van het parkoers met hun plastic vlaggetjes in hun identieke schooluniformpjes hadden geen idee. Aandoenlijk zo, die rijen kleintjes met blote moddervoetjes in flipflops. Ze stonden er braaf van start tot finish, Slavische kinderliedjes neuriënd.

Niet alleen verrees er op het wedstrijdterrein een gesponsorde tent, zo’n stormvaste De Waard in circusformaat, maar ook kwamen er douche-dixies. Een gedoemd experiment bleek al snel, toen de autochtone bevolking ze een voor een per steekkar naar de eigen onderkomens reed. Interventie door vrijwilligers van buiten de compound herstelde de rust enigszins zodat er met vertraging gestart kon worden. Toch bleef het knagen in de onderbuik. Immers, dit parkoers dat op de website als rustiek en ideaal voor de beginnende loper stond omschreven, leek op de keeper beschouwd te bestaan uit niet meer dan welhaast onbegaanbare, door tractoren geploegde sporen. IJswater van de gesmolten gletsjers van de bergketen daar hoog boven de mist, stond enkeldiep in de grijsblauwe voren klei, achtergelaten door de zee die hier ooit slib uit ondergelopen laagland achterliet. Nauwelijks pad te noemen dat meanderend een helling opliep en daarna uit het zicht verdween door laaghangende, van damp en nevel zwangere hemelflarden tussen kale bomen. Er werd achter oren gekrabd, menigeen controleerde het schoenprofiel, haalde een regenjack uit de sporttas of smeerde nog maar een flinke lik vaseline in de liezen.

Geitenpaadjes door het takkenwoud tot waar de boomgrens ophield. Nog hoger: glibberkeien, granietgruis en diepe afgronden naar spelonken en grotten waarvan niemand het bestaan ooit had vermoed, maar die wel dreigend vanuit de diepte opdoemden. De weekendloper had hier niets te zoeken met zijn armzalige conditie en uniforme vooringenomenheid jegens iedereen die niet overeenkwam met zijn eigen heilig verklaarde lifestyle. Dit was voor de rouwdouwers met de dik be-eelte hakken en blauwe teennagels in tot op de draad versleten vintage Nikes met wafelprofiel en afgekloven veters.

Transylvanische Blues - Mystical Miles #8

De drie lopers, waaronder twee vrouwen, zussen om precies te zijn, voorvoelden de problemen al op het moment van inschrijving maanden geleden. Thuisgekomen na de clubtraining appten ze hun gegevens naar de organisatie, maakten het inschrijfgeld over en wachtten tevergeefs op bevestiging. Toch gingen ze, ervan uitgaand dat wie goed doet, goed ontmoet. Met de QR-code van de laatste vaccinatieronde kregen ze toegang tot het complex na te zijn gefouilleerd door een wat korzelige parkwachter in commando-outfit. Eenmaal op het terrein, dat ook prima dienst kon doen als trailer park in een Amerikaanse roadmovie, lag de inschrijftent slechts enkele honderden meters verder aan dit modderpad. Zich verkleden hadden ze thuis al gedaan. In de drie kleine rugzakjes zat een droog shirt, een vacuümgetrokken handdoek en een sachet sportvoeding. Meer hadden ze niet nodig voor de reis huiswaarts na afloop. Ja, een bidon water, maar die kreeg je na de finish van de organisatie. Hemelwater, weliswaar gefilterd door woestijnzand en daarna door een door de NASA ontwikkelde kunstkieuw geperst, maar toch heel iets anders dan de mierzoete kleefsapjes die normaal gesproken in bekers van biologisch gerecycled karton na de finish werden aangeboden.

Het lopen zelf werd een drama. Onzichtbare markeringen, verstopte – ja, alleen voor het getrainde oog van de veel lopende trailrunner – route-aanduidingen, gemiste afslagen, weggespoelde kalkpijlen en maagkramp opwekkende kruidenthee halverwege de route, eisten veel, zo niet alles van het incasseringsvermogen van ons stadstrio. Bij nader inzien is het een lachertje dat zonder enige medische achtergrondcheck dit stel werd toegelaten en dus startgerechtigd was. In een persbericht verklaarde de organisatie na afloop dat met name door de toegenomen aantallen groepsreizen, men zicht en toezicht op de kwaliteit van het startveld uit het oog had verloren. Kwade tongen beweerden al langer dat geldelijk gewin de grootste oorzaak was van de opeenstapeling van achteloosheid, onderschatting en het recht breien van de problemen op en rond het parkoers na afloop. Net als de afhandeling na het bergen van de slachtoffers. Die verdiende zeker geen schoonheidsprijs. In het provisorische mortuarium onder aan de berg in de in onbruik geraakte kapel, lagen diverse lichamen gewikkeld in wat restanten van de nationale driekleur leken. Ongedierte, achternagezeten door opgeschoten jeugd met puntige bamboestokken, krioelde over de grond. Hier wreekte zich weer het al eerder aangehaalde gebrek aan empathie bij de lokale bevolking van deze gesloten gemeenschap diep in de bergen. Ver verwijderd ook van wat wij hier in het rijke Westen gewend zijn: aansprakelijk stellen, claimen en gecompenseerd willen worden en wel onmiddellijk.

Transylvanische Blues - Mystical Miles #8

Uiteindelijk bleef het bij het trio bij wat butsen en schaafplekken, een gescheurde pinknagel hier en daar en verloor een van de zussen haar geduld. Het treinstation werd zonder problemen gevonden. Gewoon door simpelweg de borden te volgen, weliswaar vol onbegrijpelijke tekst, maar de afbeelding van een ouderwetse stoomlocomotief sprak boekdelen. Uiteraard moesten de zussen nog naar het toilet, een bakstenen gebouwtje half verstopt achter de sigarettenbalie op het verst gelegen perron. Door de deur naar binnen en achterstevoren door een raam weer naar buiten, typisch voor de twee die zelden voor normaal werden versleten maar zichzelf halsstarrig authentiek bleven noemen. De oudste bleef halverwege hangen, schaafde haar knieën aan het ruwe metselwerk en toonde ongewild een blik op haar bekkenbodem alwaar ter hoogte van haar kruis in het lycra duidelijk een donkere plek zichtbaar was. Was het zweet of vaginaal vocht dat oogde als een nat eiland in een woestenij van dorre droogte? Later ontkende ze dat laatste ten stelligste. Bij het persen om door het raam te kruipen opende zich de sluitspier van haar blaas enigszins. Door die kier vond een laatste restje urine de weg naar buiten. Toch, toen het broekje na tig keer wassen nog steeds een soort van uitgebeten vlek op die plek bleef vertonen, twijfelde ze zelf ook over de samenstelling van de afscheiding dan en daar op dat moment. Om van alle commotie af te zijn, weet ze het aan de aard van de inspanningen die haar hormoonhuishouding hadden ontregeld met een vroegtijdige eisprong tot gevolg daar op die beklauterde berg in een voormalig Oostblokland. Haar zus beaamde trouw deze lezing en toonde op verzoek eenzelfde stuk kleding met een soortgelijke vlek op een identieke plek.

Al snel bleek het anatomisch onmogelijk met zulke smalle schouders schoudergitaar te spelen.

Uiteindelijk bleef het bij het trio bij wat butsen en schaafplekken, een gescheurde pinknagel hier en daar en verloor een van de zussen haar geduld. Het treinstation werd zonder problemen gevonden. Gewoon door simpelweg de borden te volgen, weliswaar vol onbegrijpelijke tekst, maar de afbeelding van een ouderwetse stoomlocomotief sprak boekdelen. Uiteraard moesten de zussen nog naar het toilet, een bakstenen gebouwtje half verstopt achter de sigarettenbalie op het verst gelegen perron. Door de deur naar binnen en achterstevoren door een raam weer naar buiten, typisch voor de twee die zelden voor normaal werden versleten maar zichzelf halsstarrig authentiek bleven noemen. De oudste bleef halverwege hangen, schaafde haar knieën aan het ruwe metselwerk en toonde ongewild een blik op haar bekkenbodem alwaar ter hoogte van haar kruis in het lycra duidelijk een donkere plek zichtbaar was. Was het zweet of vaginaal vocht dat oogde als een nat eiland in een woestenij van dorre droogte? Later ontkende ze dat laatste ten stelligste. Bij het persen om door het raam te kruipen opende zich de sluitspier van haar blaas enigszins. Door die kier vond een laatste restje urine de weg naar buiten. Toch, toen het broekje na tig keer wassen nog steeds een soort van uitgebeten vlek op die plek bleef vertonen, twijfelde ze zelf ook over de samenstelling van de afscheiding dan en daar op dat moment. Om van alle commotie af te zijn, weet ze het aan de aard van de inspanningen die haar hormoonhuishouding hadden ontregeld met een vroegtijdige eisprong tot gevolg daar op die beklauterde berg in een voormalig Oostblokland. Haar zus beaamde trouw deze lezing en toonde op verzoek eenzelfde stuk kleding met een soortgelijke vlek op een identieke plek.

Het voorval verdween naar de achtergrond. Toch zou het als aha-erlebnis nog wel eens een keer de kop opsteken. Dan lachten ze er smakelijk om. De man die de zussen zo trouw begeleidde tijdens hun uitstapjes, zoals naar het Transsylvanische dorp, speelde niet onverdienstelijk gitaar. Als toegift na een optreden in den lande waarbij de zusjes als volleerde groupies vooraan zaten, volgde nog een masterclass schoudergitaarspelen. Ondanks herhaald proberen lukte het de zussen maar niet geluid uit het snarenmonster te krijgen. Al snel bleek het anatomisch onmogelijk met zulke smalle schouders schoudergitaar te spelen. Steeds weer dempte het linkeroor van de ene, maar ook van de andere zus, de snaren af. Schoudergitaarspelen doe je met de gitaar zo dicht mogelijk onder de kin, zoals je een viool vastklemt tussen nek en kin, om vervolgens met zoveel mogelijk schouder en zo weinig mogelijk arm de snaren aan te raken. Het geluid dat zo ontstaat is geen muziek, maar dat doet er niet toe. Het beste resultaat bereik je wanneer je geen arm meer hebt om de snaren mee aan te slaan. Mis je daarentegen beide armen, dan is schouder- gitaarspelen geen optie meer. Het lukte de zussen niet, maar wel plezier voor tien natuurlijk. Daarom boekten ze nog een nacht in het plaatselijke hotel. Zijn gitaar van cederhout leunde tegen de pluchen bank. Meestergitarist Andrés Segovia, die de hele avond in de keuken bezig was goulash te maken en wel beter wist daar waar het gitaarspelen betrof – schoudergitaarspelen is een idee van luchtfietsers – diende de goulash op in het klankgat van een Spaanse gitaar onderwijl flamencokreten uitend. Hij aaide het vermoeide stel nog maar eens vaderlijk over de bol, deelde plectrums uit als waren het pepernoten en vertrok daarna naar zijn muziekkamer in de kelder. De man van het trio probeerde het stiekem ook nog eens linkshandig, maar toen ook het rechteroor in de snaren verstrikt raakte, was zijn moed over. Hij was tenslotte geen Jimi Hendrix. Niet veel later droomde hij over welke luchtgitaar nu eigenlijk de beste zou zijn.

Nog half in trance van hun Transsylvanische Blues avontuur liep het trio de volgende weekendwedstrijd op hete kolen de sterren van de hemel en de benen uit het lijf. Hoeveel meer bewijs is er nodig dat de blues ons allemaal beroert en ziel en voeten voedt met tomeloze energie.

Transylvanische Blues - Sido Martend - Mystical Miles
Mystical Miles

Dit verhaal van Sido Martens is te lezen in editie 8 van Mystical Miles. Bestel het losse nummer voor nog veel meer mooie verhalen of word abonnee en ontvang het magazine 4x per jaar op je deurmat.