Sneak preview

Sneak preview

Door: the pack

Zweet dat prikt in je ogen. Een pad dat geen pad blijkt te zijn. Lopen in het pikkedonker. Jezelf overtreffen, niet door sneller te lopen maar door avonturen te beleven die je eerst niet durfde. Hardlopen kent veel gedaantes. Met Mystical Miles gaan we op zoek naar niet eerder vertelde verhalen én adembenemend mooie foto’s. Hieronder een sneak preview.

Join the pack!

Klik HIER om je te abonneren op Mystical Miles Magazine.

Kintsugi

Kintsugi

Door: Léonie van den Haak

Hieronder een fragment uit het verhaal van ultraloopster Léonie van den Haak. In 2012 liep ze de Spartathlon (246km) en eindigde als achtste. Sinds 2017 woont ze in hartje Tokio, waar ze marketing director Tokyo is voor adidas. Voor ons schreef ze een prachtig verhaal over scherven, theeceremonies en jezelf bij elkaar rennen.

De vaas die ik ben, vertoonde al op jonge leeftijd breuken. Of eigenlijk was mijn vaas zo goed als in tweeën gebroken. Twee delen die op een of andere manier weer aan elkaar gelijmd moesten worden. Net als de theeceremonie en de neonlichten niet met elkaar te rijmen lijken, leek het ook een lastige klus om de twee scherven van mezelf dichter bij elkaar te brengen. Van de keiharde realisatie dat alles van waarde weerloos is, tot het onvermoeibare najagen van dromen dat uiteindelijk altijd tot het verlangen naar weer nieuwe dromen leidt. Doodvermoeiend bij vlagen, maar uiteindelijk de enige manier waarop ik functioneer. Theeceremonie, neonlicht. En hardlopen als de gouden lijm die het verbindt. De lijm die misschien wel waardevoller is dan de scherven zelf, maar zonder die scherven niks waard is.”

Fotografie: Lee Basford

Sameena van der Mijden

Sameena van der Mijden

Door: Koen de Jong

In de eerste Mystical Miles staat een verhaal over Sameena van der Mijden. In 2018 werd ze Nederlands kampioene op de 100 kilometer. Ze loopt graag in de nacht. En alleen. En ver.

Een 100 kilometer start ze bij voorkeur hard. Als ze er na 70 kilometer achter komt dat ze te hard is gestart, heeft ze in ieder geval alvast 70 kilometer in the pocket. Haar mentaliteit lijkt op een andere toploper met een portret in Mystical Miles: Steve Prefontaine. Zijn adagium was: the best pace, is a suicide pace, and today is a good day to die. Prefontaine stierf op jonge leeftijd en Nederlandse topjournalist Wiep Idzenga dook in zijn verleden en maakte een mooi verhaal over deze Amerikaanse legende.

Sameena is springlevend en is op een missie.

Dagelijks rent ze vanuit haar plekkie in Arnhem door de stad, door parken, door de uiterwaarden, bossen en dorpen in de buurt. Ze rent en ze voelt zich vrij.

Vrijheid is voor Sameena niet vanzelfsprekend. Deze powervrouw is niet alleen Nederlands kampioene op 100 km, ze is ook voorvechter om mensenhandel bespreekbaar te maken. Ze inspireert jonge vrouwen om hulp in te roepen als ze in handen vallen van een loverboy.

Meer weten over deze bijzondere vrouw? Bestel alvast de nieuwe Mystical Miles (en je krijgt Steve Prefontaine erbij)…

Hey dirtbag

Hey Dirtbag

Door: Tim van der Veer

Is het verhaal echt of is het fictief? Tim van der Veer schreef voor de eerste editie een prachtig verhaal over ene Bill McGuire.

Mijn naam is Bill McGuire. Ik woon in Santa Monica, aan de zuidkust van Californië. Vorige maand ben ik 86 jaar geworden. Nu ik het hardop zeg, heb ik het gevoel dat ik lieg. Het kan niet waar zijn. Maar als ik in de spiegel kijk, zie ik wat zich het best laat omschrijven als een geïmplodeerde versie van mezelf. Dus kijk ik liever niet in de spiegel. De blikken van de mensen op straat volstaan. Vriendelijk lachen ze naar me, een goedaardige geest uit verdwenen tijden. Ik heb er vrede mee, misschien klopt het wel. Weet je, ondanks dat het me dertig minuten kost om achthonderd meter af te leggen van mijn appartement aan Georgina Avenue naar de Beach Club voor mijn dagelijkse kop koffie, ben ik een hardloper. Eens een hardloper, altijd een hardloper. Als ik hier op het terras mijn ogen sluit, het verkeer wegdenk en me concentreer op het zuchten van de zee, ren ik over het strand. Dan schuurt het zand onder mijn voeten, suist de lucht door mijn oorschelpen. Veel heb ik te danken aan hardlopen. Vrienden, liefdes. Zoveel verhalen. Laat me je er  eentje vertellen, over iemand, die ik slechts drie keer vluchtig ontmoette maar desondanks nooit zal vergeten, een echte dirtbag, net als ik.”

Scum on the run

Scum on the run

Door: Leon Verdonschot

De volgende tekst is een fragment uit het interview van Robert-Jan Rietveld door Leon Verdonschot. Robert-Jan Rietveld a.k.a. Bertus, is één van de oprichters van Schorem Haarsnijders & Barbier in Rotterdam. Zij zijn ooit de barbier-trend begonnen in Nederland, misschien wel in de wereld. Bertus en Leen (zijn partner in crime) reisden (pre-Corona) als rocksterren over de wereld om hun barbieren-kennis (en stijl) te verspreiden. Dat leverde een hoop roem en aandacht op. Lekker. En soms ook niet. Robert-Jan is namelijk een veelgebruiker van het leven. Tot een paar jaar geleden gebruikte hij spullen die niet goed voor je zijn, tenminste, niet in de mate waarmee hij ze consumeerde. Tegenwoordig rent hij. Ook mateloos. Maar ach. Gelukkig rent hij. Beter voor hem en beter voor ons. Want het levert een verdomd mooi verhaal op.

“Hij is 46 nu, na jaren van het tegenovergestelde nu volledig clean, eet alleen nog plantaardig (‘terwijl ik niet eens zo’n achterlijke dierenliefhebber ben, ik vind koeien nog steeds vieze beesten, maar ik vind niet dat ik het recht heb om het finale oordeel over hun welzijn te vellen’), hij vast zestien uur per dag (‘en dan is zo’n eerste maaltijd van de dag om 12 uur lékker, man!’), en is zeer sportief. Tot zijn eigen verbazing, eigenlijk, dat laatste. ‘Ik ben zo ontzettend niet-sportief geweest, mijn hele leven. Of nou ja: ánders sportief. Het was jarenlang voor mij alleen maar skateboarden, en ik heb sowieso nooit iets gehad met competitie, of met sporten waar jurering aan te pas komt. Ik kom best wel uit een – hij zet een geaffecteerd accent op – gegoed gezin. Vooral mijn moeder vond dat ik moest leren tennissen, zodat ik later een ‘balletje kon opslaan met een collega’ – zo’n nest, weet je wel. Een blauwe maandag heb ik inderdaad op tennisles gezeten, maar dat vond ik kut. En sporten op school vond ik ook de hel. En dan helemaal de coopertest: als een zoutzak liep ik helemaal achterin. Ik was ook dik, kon niet touwklimmen en had een dikke bril. En dus werd ik gepest. Dus vond ik de kleedkamer ook een kutplek. Als ik nou nog een lul tot op mijn knieën had, had ik in ieder geval breed kunnen staan onder de douche, maar die had ik ook niet. Ik was nergens voor te porren op sportgebied, tot skateboarden in mijn leven kwam. Daar is al mijn zakgeld in gaan zitten, en tegelijk heb ik daar mijn middelbare schoolcarrière mee verneukt, want tien uur per dag was ik buiten. Ik vond dat zó gaaf. Later heb ik die liefde alleen nog een tijdje gehad voor bowlen, toen ik ontdekte dat je dat ook vaker kunt doen dan eens per jaar op je verjaardag. En dat je daar mag sporten met bier en bittergarnituur hielp ook wel – that’s my kind of sport! Die liefde was opeens ook weer over; volgens mij liggen mijn bowlingballen nog steeds in het kluisje van dat bowlingcentrum.

Hardlopen had ik vroeger wel eens gedaan, maar serieus werd het pas in de Schoremtijd. De eerste keer was letterlijk tot de hoek van de straat, en toen moest ik bijna kotsen.’”


Lees het hele verhaal in Mystical Miles Magazine #1

Jere van Dyk; de loper, de gevangene, de journalist.

Jere van Dyk; de loper, de gevangene, de journalist.

Door: Jere van Dyk

Jere van Dyk is een voormalig hardloper voor de University of Oregon. Zijn artikelen voor The New York Times over de Sovjet-invasie in Afghanistan leverde hem een Pulitzer Prize-nominatie op. Veel van zijn artikelen en rapportages (o.a. voor CBS) spelen zich af in afgelegen en gevaarlijke plekken op aarde, zoals Afghanistan en Pakistan. Zijn boek Captive –
My Time as a Prisoner of the Taliban is in het Nederlands vertaald als Gevangene van de Taliban.
De adviezen over leven in coronatijd – die hij in zijn verhaal voor Mystical Miles beschrijft – zijn in april 2020 gepubliceerd in The Wall Street Journal.

Elke ochtend deed ik push-ups. Elke ochtend ging ik op mijn rug liggen en duwde mijn benen omhoog, handen in de zij, en bewoog mijn benen alsof ik aan het fietsen of hardlopen was. In gedachten was ik de kleine jongen die met zijn vader leert fietsen. In gedachten was ik de loper op de training, luisterend naar de coach naast de baan. Als ik wilde ontsnappen, moest ik fit zijn om lang en snel te kunnen rennen. De oefeningen deden me ontspannen. 

Op een dag vertelde een van de bewakers dat de zoon van een Taliban-bevelhebber een nieuwe nier nodig had. Misschien zouden ze die van mijn nemen. Dat was alles. Hij ging weg en ik bleef achter, rondjes lopend in de ruimte. Ik vertelde tegen mijn bodyguards en mijn gids dat ik zou ontsnappen. Ik zou ontsnappen en wegrennen. Later die nacht werden we naar buiten geleid om gebruik te maken van een klein houten toilet. Een bewaker kwam naar me toe. Hij zei dat als ik zou proberen te ontsnappen, als ik weg zou rennen, hij me als een dolle hond zou achtervolgen.”

Steve Prefontaine

Steve Prefontaine

Door: Wiep Idzenga

Cultheld Steve Prefontaine wordt in onze eerste editie fantastisch beschreven door Wiep Idzenga.

Wiep schrijft voor een groot aantal magazines over voetbal en reizen. Ook schreef hij voetbalboeken en een wielerboek. Drie daarvan eindigden bij de eerste drie bij de Nico Scheepmaker Beker, de prijs voor het beste sportboek van het jaar. Zijn laatste boek gaat over de relatie/rivaliteit tussen Wout van Aert en Mathieu van der Poel.

Hieronder een fragment uit zijn verhaal over Prefontaine.

“The best pace, is a suicide pace, and today is a good day to die”

“Wat hij aan techniek ontbeerde, compenseerde Prefontaine ruimschoots met energie en hartstocht. Hij liep onstuimig, met hart en ziel. Door zijn kortere linkerbeen helde hij een beetje over naar het middenterrein. Als een schaatser hing hij in de bochten, altijd met zijn sprekende, wijdgeopende ogen strijdlustig naar voren gericht, verlangend naar wat komen ging. Zijn tegenstanders keken plichtmatig naar het stukje tartan voor hun voeten, alsof ze geen plezier hadden in lopen. Prefontaine verafschuwde dat. Hij liep omdat hij niets liever deed. Hij zag zichzelf als een artiest die de toeschouwers iets moois en creatiefs wilde voorschotelen. Iets dat ze nog nooit hadden gezien en ook nooit zouden vergeten. ‘Some people create with words or with music or with a brush and paints. I like to make something beautiful when I run.’”