Racekak

Racekak

Tekst: Ernest van der Kwast

In mijn loopgroep hebben sommige renners een bijnaam. ‘De plakker’ loopt tijdens wedstrijden altijd achter zijn concurrenten om ze vlak voor de finish in te halen. ‘De lifter’ is een keer achter op een scooter terug naar de baan gereden. Voor ‘de wandelaar’ gaat het soms te snel. Er zijn ook exotischere bijnamen, zoals ‘de pornosnor’ en ‘de banaan’. Deze laatste erenaam behoort toe aan een renner die steevast rond kilometer vijftien een banaan uit zijn legging haalt en opeet.

We hebben ook een renner in de loopgroep die ‘de poeper’ wordt genoemd. Hij loopt tijdens trainingen vaak een stukje vooruit en verdwijnt dan in de bosjes. Als de trainer een versnelling inzet, zien we witte billen tussen het groen.

De renner en zijn behoefte. Het is een dingetje.

In mei liep ik met een klein groepje een marathon. Geen wedstrijd, maar een testloop. We hadden vrienden en familie gevraagd om langs de kant te staan met water. Voeding hadden we zelf mee. Geen banaan in een legging, maar gelletjes tjokvol koolhydraten. Een week voor de testloop brak er paniek uit in de WhatsApp-groep. Alle deelnemers hadden gelletjes thuis liggen waarvan de houdbaarheidsdatum was verlopen. De sportvoeding was voor de eerste lockdown aangeschaft voor wedstrijden die alle waren gecanceld. Niemand durfde het aan om de verlopen gelletjes mee te nemen: ‘Stel je voor dat je aan de racekak gaat…’

De poeper is altijd op tijd en heeft steevast toiletpapier mee. De onervaren kakkende renner wordt verrast door zijn eigen inboedel en moet het doen met takjes of blaadjes. Als hij al op tijd is. Hoe vaak heb ik het langs de benen naar beneden zien lopen bij renners? Soms hebben ze het zelf niet door en blijven ze doorgaan, alsof ze een speurtocht aan het uitzetten zijn.

Een andere nachtmerrie: enige jaren geleden, tijdens de Marathon Rotterdam, moest een renner uit mijn loopgroepje plots poepen. Hij had geluk: er stond een Dixi langs de kant. Maar toen hij zijn behoefte had gedaan, lukte het hem niet meer om de Dixi te openen. Het slot zat vast. Hij rammelde aan de deur, bonkte ertegen, begon te schoppen. Hij beukte zelfs zo hard dat de Dixi bijna kantelde. De seconden tikten weg, werden minuten. Uiteindelijk lukte het de renner om zichzelf te bevrijden van zijn uitwerpselen, maar zijn hartslag zou de rest van de wedstrijd niet meer omlaaggaan. De tour kun je in bed winnen, de marathon kun je in een Dixi verliezen.

Er is echter ook een positief verhaal, een lichtend voorbeeld. Hij heet Cor Vriend. Op 12 april 1984 deed hij in een lichtgeel, doorschijnend broekje mee aan de Marathon van Amsterdam. Alles gaat goed, totdat zijn darmen op kilometer 25 beginnen te knetteren. Hij zit in een kopgroep van vier renners en weet dat een sanitaire stop hem van een podiumplek zal beroven. Daarom pakt hij een stukje toiletpapier uit zijn zak en ontdoet hij zich rennend (18,5 km p/u) van zijn behoefte. Er staat een fragment van op YouTube, en ik heb het filmpje wel tien keer bekeken. Het is een wonder hoe snel, hoe schoon en hoe mooi Cor Vriend rennend poept. De prachtige omgeving – een dijkje langs De Amstel – maakt het helemaal af.

Het heeft helaas niet mogen baten. In 1982 en 1983 won Cor Vriend de Marathon van Amsterdam, in 1984 werd hij tweede. Een troost is dat we de winnaar zijn vergeten en dat het marathonmoment van Cor Vriend nog altijd wordt bekeken en gedeeld. Het is de ideale YouTube-tutorial voor de hardloper die niet met bruine benen over de finish wil komen, en die nooit en te nimmer doodsangsten in een Dixi wil doorstaan. ••

Mystical Miles

Deze column van Ernest van der Kwast is te lezen in editie 2 van Mystical Miles. Bestel het losse nummer voor nog veel meer mooie verhalen of word abonnee en ontvang het magazine 4x per jaar op je deurmat.