Ode aan het startpistool

Ode aan het startpistool

Tekst: Hans Koeleman // Beeld: Alamy

Het is een van de mooiste rituelen in de sport. Het luide commando, altijd traag uitgesproken, ‘op uw plaatsen’, het uitgerekte ‘klaar’, de dodelijke stilte, en dan ‘boem’.

Er was eens een wijze vrouw die vertelde dat een pistool in staat was twee dingen met een mens te doen: die mens doodmaken of die mens tot leven wekken. In het ene geval was het pistool een gewoon wapen met een kogel erin. In het andere was het een ingewikkeld mechanisch apparaat dat een hard geluid kon maken en bij een startstreep een menigte liet weten dat het tijd was om op avontuur te gaan.

Het startpistool, voor het eerst gebruikt op de Olympische Spelen van 1904 in St. Louis, is met de veiligheidsspeld (om het startnummer op te spelden) een relikwie uit oude tijden, een museumstuk dat kennelijk nog steeds geen adequate opvolger heeft.

Dat het startpistool zijn intrede deed in St. Louis is geen verrassing. Het Wilde Westen was niet ver. Eerder gebruikte methodes om een wedstrijd te starten, of in ieder geval deelnemers te laten weten dat ze weg konden, waren te complex of werkten niet altijd: de fluit raakte zoek, de landing van de speer (!) werd niet gehoord, het schallen van de hoorn vereiste training en techniek. De aloude Griekse uitvinding, de hysplex, een methode waarbij twee dikke touwen over de startstreep werden gespannen – de ene op borst-, de ander op kniehoogte – werkte lang goed (en maakte het onmogelijk vals te starten) totdat atleten zo snel gingen reageren op het wegvallen van de touwen dat ze struikelden.

Toen was daar het startpistool, met een dichte loop en een losse flodder erin. Dit laatste fenomeen schijnt voor het eerst gebruikt te zijn door soldaten die in 1914 bij de grens het land bewaakten tegen een eventuele Duitse inval. Een ‘flodder’ was een patroon, een kogel. ‘Los’ betekende dat het geen direct nut had. IJverige studenten gaven al snel aan dat tijdwaarneming door juryleden ver van de start niet accuraat kon zijn omdat het geluid van de knal hen pas tienden van seconden bereikte. Geluid beweegt relatief traag, zeker in koud weer. Het antwoord was snel gevonden: een rookpluimpje, zichtbaar direct na het afschieten. Eenieder kan dit fenomeen nog steeds bekijken bij elke atletiekwedstrijd, groot of klein: rookpluim, even niets, knal.

Het is een van de mooiste rituelen in de sport. Het luide commando, altijd traag uitgesproken, ‘op uw plaatsen’, het uitgerekte ‘klaar’, de dodelijke stilte, en dan ‘boem’.

De kanonnen die vele wegwedstrijden tegenwoordig hebben als startmiddel klinken indrukwekkend, maar geef mij het pistool maar. Opgeborgen in een velours kistje, een zijden doekje erbij om het mooi te laten glimmen, de losse flodders in de voorgevormde gaatjes ernaast. Juweeltje.

Meest illustere gebruik van een startpistool? Wellicht die keer toen Cesar Chavez alle zes de kogels in snelvuurtempo afschoot om een lokaal wedstrijdje in South Carolina te starten. Ik vroeg hem na afloop waarom hij het pistool op een boom gericht had, niet in de lucht zoals gebruikelijk. Het startpistool was na de vorige run kwijtgeraakt en hij had de Colt van zijn buurman geleend. Kogels omhoog, zei hij, dalen weer. Gelukkig zijn de wedstrijden in onze contreien wat minder Wild West. De knal, en de daaropvolgende stormloop van mensen, blijft echter een heerlijk fenomeen. ••
Mystical Miles #7

Dit verhaal van Hans Koeleman is te lezen in editie 4 van Mystical Miles. Bestel het losse nummer voor nog veel meer mooie verhalen of word abonnee en ontvang het magazine 4x per jaar op je deurmat.